Advies

Inmiddels is het niet zo’n beladen onderwerp meer voor me, maar ik ben te vondeling gelegd. Mijn ouders hebben dat altijd ontkend.

Voor de laatste keer zat ik tegenover de witte jas. 
“Ik doe het niet meer”, zei ik tegen hem. Dat zeg ik wel vaker. 
Hij vond het jammer. “Je bent zo’n interessant onderzoeksproject.” Dat hoor ik wel vaker.
In de periode dat we elkaar niet gezien hadden, bij wijze van experiment, was het veel beter met me gegaan dan in de periode dat ik hem iedere week zag. Genoeg reden om er mee te stoppen, leek me. Bij wijze van afscheid stak ik mijn hand uit, de witte jas deed hetzelfde. “Eén ding wil ik je nog op het hart drukken. Ga sporten.”

Ik ben dus geadopteerd, maar ik denk dat ze het me niet durfden te vertellen. Het kan gewoonweg niet anders: ik groeide op in een sportief gezin.  
Ik.
In een sportief gezin.

Mijn hele familie was werkzaam in de sportwereld. Als ze niet aan het werk waren, keken ze naar sport of deden ze aan sport. En niet gewoon recreatief, maar “op niveau”. Zo was mijn oma een niet onverdienstelijk kogelstootster. Dat is een grappig verhaal om te vertellen in de kroeg, maar in het dagelijks leven is het naar mijn mening vooral iets om je bedenkingen bij te hebben. Al mijn mannelijke familieleden hebben een uitzonderlijk voetbaltalent. Mijn broertje werd toen hij heel jong was gescout door een topclub. Ik zal geen grapjes maken over wat een overmatig sporttalent met je studieresultaten doet.  Ik kon heel goed leren.

Om ze een plezier te doen heb ik het wel geprobeerd hoor. Turnen, handbal, korfbal, voetbal en hardlopen. Maar ik vond het stom. En vervelend. En zinloos. Behalve een keer, toen vond ik een sportieve activiteit wel leuk. De hele familie schrok, met name omdat het ook nog eens verbazingwekkend goed ging. Ergens, heel ver weg, bleek een kleine aanleg voor badminton in mij verstopt. Er werden festiviteiten georganiseerd om dit heugelijke feit te vieren.

De feestvreugde was voorbij toen ik na afloop van een training voor een gesprek bij de trainer werd geroepen. Of ik meer wilde trainen, harder werken. Of ik tegen een schreeuw kon, want dat was wel nodig wanneer ik in de jong-talentengroep opgenomen zou worden. “Ik doe het niet meer”, zei ik bij thuiskomst. Dat zeg ik wel vaker.
Ik zou nooit meer gaan.

Bij wijze van afscheid stak ik mijn hand uit, de witte jas deed hetzelfde. “ Eén ding wil ik je nog op het hart drukken. Ga sporten.”

Toen moest ik lachen.

Verloren

Tweede kerstdag 2009

Klik voor een groter exemplaar.

Is iemand je ooit kwijt geraakt?
Of werd je simpelweg gedumpt?
Word je gemist?
Is er ergens iemand die nog altijd aan je denkt?
 
We onmoeten elkaar op een plek ver weg van kerstbomen- en gezelligheid. Daar waar het stinkende, grauwe en uitzichtloze het voor het zeggen heeft. 
 
Ik kniel bij je neer en kijk. Je ligt er bij alsof je hier niet hoort te zijn, alsof je een rekwisiet in het verkeerde toneelstuk bent. Tegelijkertijd hoor je hier juist wel. Juist vandaag. Juist nu. 
 
Hoe kwam ik hier zelf ook al weer terecht? Daar waar meisjes in een rode kerstjurk niet horen te zijn.
 
Misschien wordt het tijd om naar huis te gaan.

Dit en dat

Ik probeer al maanden om mooi te maken wat niet mooi is. Want het doet zeer. Het is onrustig. Verdrietig. Vervelend. Er zijn mensen in witte jassen die mij vertellen wat ik wel en niet moet doen, hoewel ze het ook allemaal niet zeker weten. “Dat kan er voor zorgen dat het niet zo goed met je gaat, maar het is vooral ook zo dat dit de problemen zou kunnen veroorzaken.”

Na de lege witte woorden ga ik naar huis en verkeer ik in het grote niets om vooral maar te voorkomen dat ik dat en dit tegenkom. Ik gedraag me als het braafste, saaiste meisje van de klas. Later als ik groot ben hoop ik non te worden. Echt beter gaat het er niet door. Ontelbare keren vraag ik me af: waarom ik? Even zoveel keer gevolgd door: waarom ik niet? Zittend in de grote leegte probeer ik me te herinneren wie ik vroeger was, voordat de witte jassen mijn voornaamste sociale contacten vormden. Toen dronk ik wijn. En nog meer wijn. Ik zong. Ik speelde. Ik ging naar concerten in kleine zaaltjes en genoot. Hoe lang geleden is het eigenlijk dat ik gedanst heb?

Ik probeer al maanden om mooi te maken wat niet mooi is. Geen alcohol. Op tijd naar bed. Gezond eten. Zoutloos. Smakeloos. Rust en regelmaat. Ja en amen. Geen dit. Geen dat.

Voor het grote niets, toen werkte ik. Ik had een eigen bedrijf. Daarvoor had ik een baan die ik niet leuk vond, en nog verder daarvoor zorgde ik voor de kinderen van anderen. Meestal was dat leuk, soms niet. Een van de redenen waarom ik stopte met het onderwijs was dat ik geen zin meer had om kinderen op te voeden, als hun ouders daar niet ook aan mee deden. Ooit, als ik zelf kinderen zou hebben, zou ik het heel anders aanpakken.

Ik probeer al maanden om mooi te maken wat niet mooi is. “Tja, die kinderwens zou in uw situatie wel eens een probleem kunnen worden”, zei de witte jas. Tuurlijk. In paniek probeer ik de boodschap mooi te maken. Mooier. Mooist. In een poging mezelf te overtreffen komt de troostende gedachte voorbij dat ik dan mijn kleinkinderen wel…. Kortsluiting. Daar waar het niet mooi is, is het één opeens geen onlogisch gevolg van het ander meer. Het is er onrustig. Verdrietig. Vervelend. Er zijn mensen in witte jassen die mij vertellen wat ik wel en niet moet doen, hoewel ze het ook allemaal niet zeker weten. Geen alcohol. Op tijd naar bed. Gezond eten. Zoutloos. Smakeloos. Rust en regelmaat. Ja en amen. Geen dit. Geen dat. Maar echt beter gaat het er niet door. Ooit, als ik zelf kinderen zou hebben, zou ik het heel anders doen. Ooit bestaat niet in het grote niets.

Voor het grote niets had ik vrienden, en daarnaast ook veel kennissen. De eerstgenoemde zijn gebleven. Gelukkig. Mijn kennissen dronken graag wijn met me. Of ze kwamen eten omdat er altijd veel, voorradig en lekker was. Maar ja. Geen alcohol. Op tijd naar bed. Gezond eten. Zoutloos. Smakeloos. Rust en regelmaat. Ja en amen. Geen dit. Geen dat. Geen kennissen. Ook in het grote niets bestaan er dingen als missen en kiespijn.

Ik probeer al maanden om mooi te maken wat niet mooi is. Gisteren was het klaar. Genoeg. Ik schopte de witte jassen de deur uit. Naar verluid zijn ze gaan borrelen met mijn kennissen en spraken zij over ditjes en datjes. Ze deden heel interessant, hoewel ze het ook allemaal niet zeker wisten.

En ik? Ik verdwaalde uiterst gelukkig in een diep en donker bos, rende door de modder en zong zo hard als ik kon. Ik kocht een groot en duur cadeau voor mezelf. Ik ontkurkte een fles wijn, gooide een glitterbruisbal in bad en trok mijn agenda om afspraken te maken met dit en dat. Ik probeer al maanden om mooi te maken wat niet mooi is, en eindelijk is me dat gelukt.

Verbouwing

Ik ben aan het verbouwen. Daarom is het hier de komende dagen een zooitje.

Maar het komt goed. Uiteindelijk.

(Update: Klaar!)

Laat die herfst maar komen

En dan regent het. Eindelijk. Ik vind een bankje op een stille plek, kijk naar de koeien in de wei aan de overkant van het slootje. Boven mijn hoofd de druppels op de bladeren, een vogel op een tak. Het einde van een zomer die ik zo snel mogelijk wil vergeten.

Vorige week sprak de witte jas het defintieve oordeel uit. “Het goede nieuws: u gaat er niet dood aan, al voelt dat wel zo. Het slechte nieuws: het is ongeneeslijk en er is geen behandelmethode.”
Pats.
“U moet het er helaas mee doen”
Boem.

Ik moet het er helaas mee doen. Als “hoe kom ik er af” een vraag zonder antwoord is, dan blijft “hoe kom ik er aan” over. De witte jas mompelt iets over nog niet bewezen theorieën waarin pesticiden en groeihormonen een hoofdrol spelen.

En nu? Nu weet ik het even niet.
Ik wil een bergtop. Schone lucht. Een groententuin. Helder water. Rust. Tijd. Nachten gevuld met diepe slaap, piekeren hoeft niet meer. Een bankje. Koeien in de wei aan de overkant van het slootje. Boven mijn hoofd de druppels op de bladeren, een vogel op een tak. Een halfvol glas. Ik ga er niet dood aan. De zomer is bijna voorbij.

Daag nooit een Poelekie uit

Zij en ik hadden al virtueel kennisgemaakt voordat we elkaar met Halloween in een Utrechts concertzaaltje de hand schudden. Tivoli is gezellig, maar donker en niet de plek bij uitstek om een goed gesprek te voeren. Een paar weken geleden deden we de ontmoeting nog eens over onder het mom van een cultuuruitje.

Het was wederom aangenaam. Wij gingen op Nijntje-quest, praatten over Marga Bult en rennende eekhoorns in een druk hoofd, en Poelekie vertelde dat ze “me” wel eens voorleest aan haar moeder. Door die bekentenis maakte het eenzaam schrijven aan de keukentafel opeens de sprong naar de wijde wereld, daar waar de mama van Poelekie woont.

In de reactiebox van Aquamarijn refereerde Poelekie nog eens aan die wijde wereld. Mocht er in Neverland ooit een Polle-luisterboek uit zou komen, dan heb ik “de stem” al gevonden, grapte ik terug.

Daag nooit een Poelekie uit.
Vrijdagnacht dwarrelde er een heel leuk cadeautje mijn mailbox binnen. Zó leuk dat ik het niet alleen voor mezelf wil houden.

*klik*

Aquamarijn

De laatste tijd heb ik de nacht wat te vaak van dichtbij bekeken. Is het altijd zo dat wanneer je iets te lang van dichtbij bekijkt, dat dat dan gaat vervelen? Of geldt dat alleen als iets te lang duurt wanneer de tijd te langzaam verstrijkt?

Ooit, ik herinner me niet meer wanneer, onstond het ritueel, of liever gezegd sleet het vaste patroon in. Na het wakker worden draai ik me op mijn rechterzij. Iedere ochtend opnieuw. Omdat ik ze dan beter kan zien, de twee foto’s die aan de muur hangen. De omlijsting is gemaakt van ruw hout, roetgeblakerd. Het zwart onderbroken door oppervlakkig gegutste geulen. Achter het glas: gekleurde foto’s in aquamarijn. Ik ben de fotograaf net zo dankbaar voor de kleurklank, als voor de tint zelf.

In het donker kruipen de minuten. Digitaal 59 wordt 00. Drie uur. De zinnen die ik op het plafond lees probeer ik te overstemmen door me te concentreren op het verste geluid dat ik kan vinden. Het is een ontspanningsoefening die ik ooit leerde tijdens mijn opleiding. Wanneer je ontspanningsoefeningen pas toepast wanneer je onder hoogspanning staat dan ben je te laat. Maar dat vertellen ze er niet bij wanneer je de brave student speelt.

Op de ene foto wandelt een oude vrouw. Regenjas aan, permanentje in. Ze heeft een boodschappentas in haar hand. Nietsvermoedend loopt ze op een weg. Achter haar nadert gevaar. De aard van het onheil is verhuld, het glas voor de foto is bekrast op de cruciale plek. Waar gaat ze heen? Zal ze haar boodschappen ooit thuis in de keukenkastjes zetten, of zullen ze een moment later over de straat heen rollen? Een foto bevriest. Later bestaat niet op een plaatje.

Ik hoor de ademhaling van Hond op de benedenverdieping. Het ruisen van het centrale afzuigingssysteem in het CV-hok. Het ritselen van de wind door de bladeren van de boom die voor het slaapkamerraam staat. Als ik me heel goed concentreer hoor ik het zachte zoemen van het verkeer op de A12. Het verhaal op het plafond schreeuwt hinderlijk door het verre geluid heen. Ik wil het niet lezen. Buiten wordt het licht. Begint de volgende dag als de zon opkomt of om één minuut over twaalf? Ik neig naar het eerste.

Op de andere foto ligt iemand op de straat. Voeten omringen, schaduwen dringen. De hoofdpersoon blijft anoniem, ook hier is het glas bekrast. Verhulling creëert afstand. Het lijkt het internet wel. De voorbijganger slaat een situatie gade zonder er deelnemer van te zijn. Gevoelloos. Interesseloos. Een klik op het kruisje in de rechterbovenhoek en het is verdwenen.

Mijn dag begint al een paar jaar met het staren naar de foto’s. Het ochtendlicht fungeert als het kruisje in de bovenhoek van het scherm en relativeert de zinnen die ik niet wil lezen. De laatste tijd heb ik de nacht wat te vaak van dichtbij bekeken, de afbeelding van het verhaal op mijn plafond verveelt me. Later bestaat niet op een plaatje. Een ochtend in aquamarijn. Het klinkt schilderachtiger dan het is, maar voor nu is het alles wat ik wil.

Het jarig zijn

De vergetelijke marshmellowtest in mei



Klik voor een groter exemplaar.

De alfaman

De week was voorbij. Vandaag zou het gebeuren. Hij zette alvast wat water klaar. Ze zou wel dorst hebben.

Naar aanleiding van een folder die bij hem op de deurmat was gevallen, had hij een afspraak gemaakt. “Ze moet terugkomen”, had hij gezegd. “Binnen een week”, werd hem beloofd. Een stellige toezegging. Opgelucht was hij huiswaarts gekeerd. Geen probleem zonder oplossing. Hij had zijn probleem uit de wereld geholpen. Nog zeven dagen, dan kon hij weer verder. Met haar.

“Je komt hierrrr”, riep hij toen ze bij hem weg liep. De rollende r diende om zijn bevel te benadrukken. Het had altijd gewerkt, maar dit keer niet.

Natuurlijk had hij nagedacht deze week. Over het waarom. Over het hoe verder. Hij zou zich voortaan een beetje inhouden als ze knoeide. Als ze te traag was. Als ze niet luisterde. Hij zou niet zo boos meer worden als die laatste keer. En die keer daarvoor. En daarvoor. En. En. En. Zelfbeheersing, dat was het nieuwe devies.

Hij stak wat koekjes in zijn broekzak. Hij had wel eens gehoord dat belonen beter werkte dan straffen. Maar niet te vaak. Je moet de dingen niet overdrijven. Ze moest haar plaats kennen. Naast hem. Achter hem. Onder hem.

Vandaag was de week voorbij. Vandaag zou het gebeuren. Vandaag zou zijn vrouw bij hem terugkomen. Hij wist het zeker.

*klik*

Onder het het motto: je ontvangt een reclamefolder en de fantasie slaat op hol.

Polle twittert

Altijd weer gezellig: het oud-hollandsche gezelschapsspel "Rarara waar is de stempas?". Ik hecht aan tradities.
(3 maart 2010, 09 uur 00)

Polle schiet
Sjip posted a photo:Sjip posted a photo:Sjip posted a photo:
Polle leest
Lolita-Nabokov
P.S.
Nu weet ik wat ik later worden wil: de moeder van De Daltons. Niet die van Lucky Luke, maar die van de VPRO. Of design-boerin. Maar daar ben ik nog niet helemaal uit.
Laatste reacties
  • Rose: Ik ben sinds anderhalve week aan het sporten. Tsja. Als je mij ziet rennen vraag je je niet af of ik misschien...
  • tijdtussendoor: Wandelen is voor mij sporten en hoofd leegmaken tegelijk ;)
  • Monique: Jeetje…zou ik ook een vondeling zijn?
  • katenhond: Oh ja. Gelukkig. Ik ben weer gerust. Hij had zich de (zeer spectaculaire) oosterse fingerfood...
  • Polle: @Katenhond: Ik heb inmiddels al een idee voor een thema. Het is overigens echt mijn beurt. De vorige keer was...
Polle schreef
Post?