Sint-juttemis duurt een kwartier in het zuiden

Verandering van spijs doet eten. Meestal is mijn vakantiespijs Frans, maar dit keer wilde ik iets anders nuttigen. Zo nu en dan is het goed om van het gebaande pad af te wijken. Om iets spannends te doen. Om de wildernis in te gaan. Om eens iets geks te ondernemen. Om de opwinding te omarmen.

Ik ging naar Brabant.

In Brabant is het mooi. In Brabant is het groen. In Brabant eet je de lekkerste asperges. In Brabant woont een haan met een verstoord bioritme, die begint om twee uur ’s nachts te kraaien. In Brabant schenken ze Leffe met grenadine. In Brabant waan je je in het buitenland, want je verstaat de mensen niet zo goed. In Brabant onthaast je. In Brabant zeggen ze “haaihè” als je weggaat. In Brabant zingt Guus Meeuwis.

Dat laatste is een beetje jammer. Desondanks: Brabant is mooi.

Ik verbleef een week in het zuiden en vertraagde mijn tempo. Wat zeg ik?
Ik

v
e
r
t
r
a
a
g
d
e

mijn tempo. Met een slakkengang van twintig kilometer per uur tufte ik over de Brabantse kinderkopjeswegen, de hele vakantieweek lang. Steeds opnieuw op weg naar een ander terras. Daar aangekomen streek ik neer voor de duur van een Brabants kwartier (dat wil zeggen: de hele dag) en dronk
een Leffe met grenadine,
twee Leffes met grenadine,
drie Leffes met grenadine,
vier Leffes met grenadine,
vijf Leffes met grenadine,
zes Leffes met grenadine.
Als je maar genoeg Leffes drinkt slaap je zo vast dat je ’s nachts geen haan hoort kraaien.

Aan alles komt een eind. De laatste dag van mijn onthaastingsvakantie reed ik naar de boerderijwinkel om een kilo verse asperges te halen. “Ik vind het jammer dat ik terug naar de Randstad ga, maar de combinatie asperges en westerse hectiek smaakt ook best lekker”, vertelde ik aan de boerin. Ik rekende af, groette “haaihè” , en legde mijn boodschappen in de achterbak van de auto. De aspergeboer kwam me uitzwaaien. Hij pootte zijn riek in de grond, keek naar Hond en zei:
“Des ut goei merruk. K sal de mijn us haalen.” Daarna liep hij weg.

Ik knikte vriendelijk. Je moet toch iets, al versta je niet helemaal wat iemand zegt.
Ik wachtte tot de aspergeboer terugkwam van “het haalen van de zijn”.
Een minuut. Vijf minuten. Een Brabants kwartier.

In Brabant onthaast je. In Brabant waan je je in het buitenland, want je verstaat de mensen niet zo goed.

Aan alles komt het eind. Ook aan het tevergeefs wachten tot een Brabants kwartier voorbij is.

Een nieuw huis

Dat je eerst “thuis” woont en dan “op jezelf” gaat wonen. En hoe je dan zo snel mogelijk van het nieuwe huis een thuis probeert te maken.

En hoe er dan mensen op visite komen, die je wat onwennig, en formeler dan anders, iets te drinken aanbiedt. Maar dat het pas echt gezellig wordt als mensen gewoon weer hun eigen biertje uit je koelkast pakken.

Dat je bedenkt dat nieuw heel leuk is, maar dat je je weer lekker zult voelen als nieuw vertrouwd is geworden.

Ik ben dus verhuisd.
Waar was ik ook al weer gebleven?

De houdbaarheidsdatum van een wolk

“Dag buurvrouw.”
“Dag buurman.”
“Het is vandaag prachtig weer, vindt u niet buurvrouw? Geen wolkje aan de lucht.”

Je sloot je ogen, glimlachte en daarna was je weg. Of eigenlijk was je onderweg, van hier naar daar. “Daar” was wollig en wit, een schapenwolkje, drijvend boven mijn hoofd. Wellicht dreef je tegelijkertijd wel boven heel veel andere hoofden, dat weet ik niet. Misschien is dat wel het enige dat de achterblijvers gemeen hadden nadat jij vertrokken was: we dachten allemaal het alleenrecht op jou en de wolk te hebben. Onvervulde verlangens maakten egoïstisch.

Toen jij onderweg was zei hij tegen mij: “Ze heeft je genoeg gegeven om nog heel lang mee vooruit te kunnen”. Ik had zijn opmerking als afgezaagd en nietszeggend kunnen kwalificeren, of als een flauwe poging tot troost, maar dat deed ik niet. Want wat hij zei was waar.

Soms voerde ik gesprekken met je. Jij daar op je wolk, ik hier in mijn verbeelding. Ongeschreven en onuitgesproken dialogen, maar daardoor niet minder waardevol. Tot de dag kwam dat ik je zocht en verdwaalde in het strakke blauw. Ik probeerde een gesprek aan te knopen met de streeploze lucht, maar het bleef stil.

Na tien jaar lukt het me niet meer om jouw wolk boven mijn hoofd te laten drijven. Omdat de lucht niet meer dezelfde als die van toen is. Omdat ik er niet langer in slaag om jouw mening van lang geleden naar het heden te transporteren. Omdat onze gesprekken niet meer vanuit de verleden naar de tegenwoordige tijd vertaald kunnen worden. De houdbaarheidsdatum van de wolk is verstreken.

“Dag buurvrouw.
“Dag buurman.”
“Het is vandaag prachtig weer, vindt u niet buurvrouw? Geen wolkje aan de lucht.”

Thee

thee

Generalisatie

Hond en ik, soms maken wij een wild en enerverend uitstapje. Dat vinden wij leuk.

Zo kwam het dat wij enige tijd geleden, om de sleur van een regenachtige dinsdagmiddag te doorbreken, in de auto stapten, om een bezoekje te brengen aan de drive-through van het plaatselijke fast food restaurant. Hond zat juichend op de achterbank. Zij vind het namelijk heel erg leuk als onze uitstapjes het thema “eten” hebben. Ik reed, en Hond liet, nadat ze uitgejuicht was, het zware hoofd rusten op de rugleuning van de voorstoel, om onder de hoofdsteun door naar buiten te kijken:

autohond

 

 

 

 

 

 

 

 

Aangekomen bij de Gele M, vertelde ik de praatpaal dat ik een cheeseburger wilde, waarna ik mocht doorrijden tot het tweede loket. De burger bleek koud. Niet eens gebruikelijk lauw, maar koud. Hond vond het niet erg, ik wel. En dus reed ik opnieuw naar het tweede loket. De loketmevrouw deed het raampje open. Ik gaf de burger terug. Hond zag: De loketmevrouw deed het raampje open. En pakte het lekkerste van het lekkerste af. Hond zei “woef”, wat zoveel betekende als “geef terug!” Dat de vrouw dat uiteindelijk zou doen, heeft Hond uit haar systeem gewist. Dames in hokjes pakken je eten af. Daar moet je tegen protesteren. Zo hard, stoer en gevaarlijk als je kunt.

Hond en ik, soms maken wij een wild en enerverend uitstapje. Dat vinden wij leuk. Zo kwam het dat wij afgelopen zaterdag in de auto stapten om een dagje Frankrijk te doen. We zaten op een terras, hoorden Frans, spraken Frans, en kochten Frans opdat wij nog lang en alcoholisch zouden nagenieten.

Ook aan wilde en erverende uitstapjes komt een einde. Met een kofferbak vol gezellig glasgerinkel van dicht op elkaar gepakte wijnflessen reden we huiswaarts. Hond snurkte op de achterbank en ik zong zachtjes voor me uit over une belle histoire en j’aime la vie. Het navigatiesysteem liet weten dat de ringweg van Antwerpen druk was, en dus reed ik de route via de Liefkenshoektunnel. Dit was een goed idee. Het was rustig op de weg en al snel arriveerden we bij de tunnel. Ik pakte mijn portemonnee om de tunneltol te betalen, zong nu over voici les clés, liet het autoraampje zakken, en zei gedag tegen de mevrouw in het tolhokje.

Mevrouw.
Hokje.

En nu denk ik dat wij voortaan maar in de file aansluiten op de ringweg van Antwerpen.

Ademloos voyeurisme

Zij zit er bijna altijd. Overdag is ze alleen. Als het donker wordt en er op de achtergrond kleine lichtjes branden, strijkt hij naast haar neer.

En dan, dan vind ik ze zó mooi en kan ik het niet laten om steeds even naar ze te kijken. Klik.

Hoogtezon

Jij speelt altijd dat het zomer is. Je hangt de zon op en legt een kunstgrastapijt neer. Boven mijn hoofd blaas je een blauwe hemel en rondom mijn voeten prik je madeliefjes. Statische vlinders hangen aan bijna onzichtbare draden om ons heen. Je schildert sproeten op mijn neus. Ik vind je lief, dus speel ik het spel mee.

Over de groene nylon sprieten rol je een vat. Op het vat plaats je een lange plank. “Ga daar maar zitten”, zeg je en je wijst naar het uiteinde van de plank. Zelf neem je plaats aan de andere kant. Ik verwacht dat je je zult afzetten en dat ik geacht word op mijn beurt hetzelfde te doen. In plaats daarvan vinden we een evenwicht en balanceren. Met een zonnebril op acteer je je glansrol van Miss July. Ik souffleer flessen rosé en factor 15. Jij speelt altijd dat het zomer is.

Jaargetijden verstrijken, oneindige zomers lang. Vivaldi op repeat. Steeds vaker neem jij het woord, steeds vaker doe ik er het zwijgen toe. Hoe meer je praat, hoe minder je zegt. Hoe minder jij zegt, hoe meer ik verlang naar de slotakte. Een koude bries blaast kippenvel op mijn armen. De plank wankelt, jouw blik vernauwt. Zie je dan niet dat de regen de verfstippen op mijn neus heeft doen uitlopen?

Het vlak helt, langzaam glijd ik naar je toe. Als ik voor je zit, haal ik de zonnebril van je neus. Ik zie dat je bibbert en pak je handen. Ze zijn koud. Het spel is voorbij. Je staat op, haalt de zon naar beneden en loopt van het podium af, de coulissen in.

Het werd herfst. Winter. Lente.

En ik vraag me af waar ter wereld jij nu speelt dat het zomer is.

Bekentenis

bekentenis1

Kom d’r maar in breaker

“Breaky-break. Lady Polle hier, staande bij voor een tokkeltje op kanaaltje blauw”, riep ik in de microfoon van de 27mc. Zij, zij en zij meldden zich. Met champagne, appeltaart en Leuvense Fonskes.

Al dobberend tokkelden we de hele middag soepel, ontspannen en storingsvrij op de korte golf.
Over hoeveel logland lijkt op de bakkie-wereld, met al die gekke bewonersnamen.
Over dat “Wow” het doet met “Oei”.
Over de ontmoeting tussen “Streepje” en “Kruipende Mier”.
Over hoe mooi “De Gekke Astronaut” schrijft.
Over waarom alleen intelligente mensen stinkkaas eten.
Over hoe het zou zijn met Seki uit De Bus.
Over diagonale orgasmes.
En over andere onverwachte, grappige, belangrijke, serieuze en luchtige zaken.
Alfa. Bravo. Charlie. Delta.

Ik klokte mijn derde glas champagne weg en smeerde juist een toastje met pesto, toen er een confronterende ruis de ether in zweefde.
“Waar we het ook even over wilden hebben”, zei Esther, “jij moet je bakkie eens wat vaker aanzetten.”
“Ja Lady Polle”, verweet Kaat, “jij bent bijna nooit staande bij.”
“Jij met je sporadische tokkeltje op kanaaltje blauw”, smaalde Zezunja.

En ik, ik kon niet anders dan ze gelijk geven. Ik mompelde nog iets over Sierra Tango Unifom, sloot af met een beschaamde Yankee Zulu en beloofde beterschap.
Echt.
TNX for QSA 33“.

I’ll show you how to walk the dog

ill-show-you

Polle twittert

Altijd weer gezellig: het oud-hollandsche gezelschapsspel "Rarara waar is de stempas?". Ik hecht aan tradities.
(3 maart 2010, 09 uur 00)

Polle schiet
Sjip posted a photo:Sjip posted a photo:Sjip posted a photo:
Polle leest
Lolita-Nabokov
P.S.
"Bedankt voor de goede zorgen. En omdat je geboren bent in de 70's een matching bosje bloemen. Volgende keer een kalebas of okergele asbak."
Laatste reacties
  • Rose: Ik ben sinds anderhalve week aan het sporten. Tsja. Als je mij ziet rennen vraag je je niet af of ik misschien...
  • tijdtussendoor: Wandelen is voor mij sporten en hoofd leegmaken tegelijk ;)
  • Monique: Jeetje…zou ik ook een vondeling zijn?
  • katenhond: Oh ja. Gelukkig. Ik ben weer gerust. Hij had zich de (zeer spectaculaire) oosterse fingerfood...
  • Polle: @Katenhond: Ik heb inmiddels al een idee voor een thema. Het is overigens echt mijn beurt. De vorige keer was...
Polle schreef
Post?